
De Nederlander maakt zich zorgen over het klimaat, luchtverontreiniging en de (stijgende) energie behoefte
Uit het onderzoek blijkt dat 47 procent van de Nederlanders zich (veel) zorgen maakt over luchtverontreiniging in Nederland. Nog eens 42 procent maakt zich enigszins zorgen over luchtverontreiniging. De overige 11 procent maakt zich niet of nauwelijks zorgen. Ook over het klimaat (opwarming van de aarde) maakt 37 procent zich (veel) zorgen. Over de opwarming van de aarde maakt 43 procent zich enigszins zorgen. De stijgende behoefte aan energie is een aspect waar 42 procent van de Nederland zich (veel) zorgen over maakt. Nog eens 41 procent maakt zich enigszins zorgen. Wind en zonne-energie dragen positief bij aan het verbeteren van het klimaat Aan het panel is de vraag voorgelegd welke elektriciteitsbronnen positief bijdragen aan het verbeteren van het klimaat. Uit analyse blijkt dat maar liefst 95 procent van mening is dat zonneenergie (sterk) positief bijdraagt aan het verbeteren van het klimaat. Ook windenergie kan op veel bijval rekenen: een zeer ruime meerderheid (94 procent) vindt eveneens dat deze energiebron positief bijdraagt aan het verbeteren van het klimaat. Biogas is eveneens een energiebron die op dit moment kan rekenen op de steun van de meerderheid van de Nederlanders (78 procent). Bijna de helft (48 procent) is van mening dat kernenergie positief bijdraagt aan het verbeteren van het milieu. Met name kolen is een elektriciteitsbron die volgens de absolute meerderheid van de Nederlanders juist niet kan rekenen op veel bijval. Van de Nederlanders is 85 procent van mening dat deze elektriciteitsbron negatief bijdraagt aan het verbeteren van het klimaat. Indien de diverse soorten energie onder dezelfde condities (zelfde prijzen) kunnen worden geleverd, dan gaat de voorkeur van de Nederlander met name uit naar zonne- en windenergie (respectievelijk 33 en 32 procent). Voor 15 procent heeft kernenergie de voorkeur. Stimuleer wind en zonne-energie Ook is gevraagd welke elektriciteitsbronnen qua gebruik meer moeten worden gestimuleerd. Van de zeven voorgelegde elektriciteitsbronnen plaatst 37 procent van de Nederlanders windenergie op plaats 1. Zonne-energie wordt door 36 procent op nr. 1 geplaatst. De verantwoordelijkheid voor het stimuleren van het gebruik van zowel wind- als zonne-energie ligt voor de meerderheid bij de landelijke overheid (respectievelijk 84 en 82 procent). Ook de energiebedrijven en de Nederlandse burger hebben een verantwoordelijkheid volgens het panel. Plaats windturbines met name op industrieterreinen, op zee, in havens en langs snelwegen De conclusie van het onderzoek is dat het stimuleren van windenergie breed wordt gedragen. De vraag is echter waar in het landschap men vindt dat windturbines passen. In de volgende grafiek worden de antwoorden gepresenteerd. Grafiek 1: Waar passen windturbines in het landschap?
Windturbines passen volgens de Nederlander met name op industrieterreinen, op zee, in havens en langs snelwegen Windturbines passen volgens de Nederlander niet in bossen, natuurgebieden, in woonwijken en op het stand. Opvallend is het draagvlak ten aanzien van windturbines in de gemeente. De meerderheid (59 procent) geeft aan dat men windturbines vindt passen in zijn of haar gemeente " |