25-02-12

Bomen in de stad : ontspannende en gezonde beschutting of prullerig schaamlapgroen ?

wandelonderbomen.jpg

Uittreksels uit diverse publicaties en colloquia omtrent Bomen in woonsites toegepast voor Vlaanderen

( prof. Andersson-Ifpra congres Kopenhagen, Jorn Copijn, Tony Aerts et al

Bron :  

Hvandeker : Update van 2002 en vroeger en nog altijd even actueel, meer zelfs... actueler dan ooit.

 

* 1. De eerste reden is van ecologische aard: streekeigen ‘wilde’ soorten bieden een enorme habitat aan leven, in tegenstelling tot de soorten van vreemde komaf. (Voorbeeld: zomereik biedt leven aan een 450-tal species, in tegenstelling tot de exoot Amerikaanse eik die een 10-tal species gerieft.)

* 2. De tweede reden is de uiteindelijke grootte van deze bomen: ze moeten veel hoger kunnen worden dan de daken (een stadsbeeld is omgekeerd, daar domineert bebouwing de ‘sierboompjes’). In tegenstelling tot het recente verleden (zeventiger jaren) toen men zich nogal eens vergaloppeerde met zgn. “bescheiden en vooral niet hinderende” kleine sierboompjes, wint het inzicht veld dat woonsten die lager zijn dan en geborgen zijn door omringende boomkruinen, een veel aangenamer psychisch woonklimaat kennen. Dit heeft te maken met de oud-instinctieve beschutting zoekende aard van de mens. [De reclamewereld weet zulks maar al te goed en gebruikt het efficiënt]. Bovendien bieden die kleintjes niet – en de groten wel – de natuurlijke klimaatregeling: zon doorlaten in de winter en schaduw bieden in de zomerhitte, windbreking en beschutting bij guur weer.

* 3. De derde reden betreft de kwalitatieve eigenheid van es en vooral linde en zomereik. Es maar vooral beide laatste zijn recordhouders wat betreft ouderdom (gemakkelijk meerdere eeuwen) en wat betreft sterkte (veiligheid inzake takbreuk of ontworteling). Daarmee samenhangend constateert men dat in de lange lijst geklasseerde bomen in België het voor twee derde eik of linde betreft. Als het dan om vele eeuwen oude exemplaren gaat, betreft het (op een Taxus na) steeds één van beide soorten.

  • * 4. De Europese bosbestandscriteria zijn geschraagd door enkele wezenlijke principes. Die komen niet alleen uit de ecologische hoek (natuurwaarden), uit de agrarische hoek (terugdringen landbouwareaal met 15% op Europees niveau wegens duur te compenseren overproductie), of uit de economische hoek (bosbouw, erosie- en waterbeheersing), maar ook uit de hoek van de volksgezondheid op grond van luchtkwaliteit, zuurstofproductie, fixatie van kooldioxide-exces (conferentie van Rio, nadien Kioto), en in de buurt van woongebieden vooral op grond van de beruchte stof-binding. Vanuit die laatste hoek, de volksgezondheid, is de impuls ontstaan naar toename van parken, dreven, stadsrandbossen,… in en tegen woongebieden, bij ons vanuit aanbevelingen (o.m. geformuleerd in het RSV), in Duitsland vastgelegd in stringente normen. De exacte redenen:

    • Een groenbestand doorheen of rond woongebieden geeft ter plaatse systematisch een gunstiger microklimaat. Volgens metingen blijkt een groep zwaardere bomen in een woongebied uit te lokken dat een kille oktobernacht tot 2° minder koud zal zijn en een hete julidag tot 3° minder heet dan enkele straten verder waar geen grote bomen zijn. Daar hangt allicht ook het reeds vermeld gevoel van beschutting mee samen.
    • De kwaliteit van de in te ademen lucht wordt medebepaald door het vlakbij aanwezig zijn van massieve blokken bladgroen. Bladgroen heeft immers door adhesie een uniek filtervermogen voor ultrafijne stofdeeltjes, net die deeltjes welke de neustrilhaartjes ongehinderd passeren. Ondertussen wordt duidelijk dat de steeds “schonere” dieselmotoren een niet bedoelde keerzijde hebben, ze produceren een procentueel hoger aandeel ‘ultrafijne’ roetdeeltjes, met een vermoed effect op het ontstaan van kankers. Die superfijne stofdeeltjes o.m. (naast vele andere deeltjes) worden via vermelde adhesie aan blad- en naaldgroen gebonden. Onderzoek heeft aangetoond dat een honderd jaar oude zware boom 1,3 ton ultrafijn stof absorbeert, tot het er af slibt bij de eerstvolgende regenbui, de grond of gracht in verdwijnt, en de boom aan zijn volgende 1,3 ton kan beginnen… Daardoor is de ingeademde lucht vlak bij groenmassieven heel wat vrijer van schadelijke en soms kankerverwekkende stoffen.

    * 5. De vijfde reden is de semantisch-culturele plaats die eik, linde, es in onze oud-Germaanse komaf toebedeeld kregen. Historisch zijn de mannelijke Eik (bij de Romeinen de behuizing voor Jupiter, de machtige god van donder en bliksem, wat zijn redenen had, zie verder), de vrouwelijke Linde die vruchtbaarheid, vrede en verdraagzaamheid brengt (linde = oud Duits voor ‘zacht’), de werelddragende Es (= Yggdrasil, al-drager en ik-drager, eenheid tussen ik en kosmos tonend, waar onze historisch-Germaanse “Adam en Eva” vòòr de kerstening eigenlijk As en Embla waren, zijnde Es en Olm), het zijn allemaal bomen die vanouds een rijke wisselwerking met menselijke zingeving hadden en bij talloze rituelen van grote betekenis waren. Die bomen waren verbonden met ‘geesten’, ze droegen machten die te vrezen waren en werden dan ook met respect benaderd. Oude bomen waren steeds heilige bomen, in elke cultuur overigens.

* 6. Zomereik als laan- of pleinboom heeft meerdere pluspunten:

  • Het is een zeer getalenteerde boom qua genetische diversiteit en aanpassingsvermogen.
  • Ecologisch is zijn aanwezigheid uiterst interessant, gezien het hoge aantal levensvormen dat hij ondersteunt (in directe zin minstens een 450-tal).
  • Als schaduwleverende boom heeft hij een behoorlijke transparantie, dus zonder een te zware slagschaduw zoals bij beuk die naastliggende tuinplanten kan verdrukken.
  • Hij is bijzonder sterk, met dus weinig gevaar voor takbreuk of ontworteling.
  • Hij kan uiterst oud worden, wat voor onze kinderen interessant is, en wat voor ons prettig aanvoelt (omvat immers vele generaties).
  • Hij is in ons cultuurerfgoed vanouds een onmisbare gezel, met faam als heilige boom en als “dingboom” waar recht onder werd gesproken, en veroordeelden werden opgehangen.
  • Een oude onweerspreuk: “Eicken moet je wijken, boecken moet je zoeken”. Hiermee wordt gedoeld op het gehalte bast- en schorsvocht dat in eiken zoveel hoger is dan in beuken, waardoor een eik veel vaker door bliksem wordt getroffen. Maar… andersom wil dit wel zeggen dat een woning vlakbij een grote eik beschermd was tegen blikseminslag (op de boom en dus niet op het huis). Dit is de reden waarom Kempense heideboerderijen steeds tussen zware eiken stonden.
  • Zomereik heeft een gesteltak-ontwikkeling die spot met de zwaartekracht. Op oudere leeftijd kunnen zware gesteltakken naar believen horizontaal, klimmend, dalend, en terug klimmend zijn, o.m.. door deze krachtuitstraling is hij gekend als een bij uitstek mannelijke boom, daar waar de linde bij uitstek vrouwelijk is. Zulke symbolische connotaties maken nog altijd dat eiken en linden zeer gewaardeerde laanbomen zijn, wanneer ze een al wat hogere ouderdom bereikt hebben.
  • * 7. De zevende reden, van uiterst groot belang in ons seculier tijdsklimaat, is de onvervangbare invloed die zware oud wordende bomen hebben op ons in-der-Welt-sein, zegge het sociaal-psychologisch belang:

    • Geur, kleur en contrasten vinden we prettig.
    • We zijn 'beschut' door groen en door beleving van natuurelementen, het ons-goed-voelen wordt er in hoge mate door beïnvloed; bomen vertolken deze functie hoogst efficiënt.
    • Onderzoek toont dat bomen in ons perspectief of gezichtsveld een ontspannen gevoel bewerken.
    • De eeuwen die door oud wordende bomen overspannen worden, binden ons met vóórouders én met nàgeslacht, ze geven aldus concreet vorm aan ons eeuwigheidsverlangen.
    • Dieptepsychologisch blijkt “Paradijselijkheid” samen te hangen met een plaats van hoog opgaand, overvloedig, vitaal en vruchtbaar groen, in casu zoals bij zware rijpe volgroeide bomen. Er zweemt blijkbaar een weldadige sacraliteit rond bomen (“paradise-lost symboliek”).
    • In laatste instantie kan de wereld qua leefbaarheid voor het mensdom alleen bestaan als “oord van leven” – dit is het oase-aspect van een oord vol hoogtewinnend groen, zijnde bomen. Mensen blijken bomen nodig te hebben als vertolkers van zulke ‘levende wereldoase’.
    • Last but not least! In elke cultuur blijkt de kwaliteit van humanisering weerspiegeld te worden in haar relatie met bomen. Menselijke wijsheid en schroomvolle eerbied voor bomen blijken recht evenredig gecorreleerd te zijn.
  • * 8. De achtste reden, uiteraard met al het voorgaande samenhangend, om voldoende en forse oud wordende bomen te voorzien in woonsites, is de zoveel sterkere impact van zulke bomen op het belangrijke dagelijkse fenomeen “direct ervaren van concrete ruimtelijke kwaliteiten”:

    • Verpozing.
    • Nabij contact met of nabije beleving van seizoenen.
    • Skyline-charme.
    • Boeiender beleefde speelomgeving voor buurtkinderen.
    • Wandelattractiviteit.
    • Horen en zien van vogels.
    • Geurcharme (lente, herfst).
    • Geluid: geritsel van bladeren in wind.
    • Inkleding der visuele omgeving via spanning tussen verhulling en onthulling.

    * 9. De negende reden is van indirecte aard, maar is een typevoorbeeld van het belang van synergetisch en holistisch denken rond menselijke ingrepen. Een wijk met veel groen, zware knoestige stammen en massieve boomkruinen, noopt als vanzelf tot woonerf allure: hier wordt koning auto gedoogd, de chauffeur ondergaat al gauw een psychologisch rempedaaltje, met alle voordelen.
    Dergelijke werking van een bomenrijke woonbuurt heeft wel ondersteuning van diverse andere optische en psychologische snelheidsremmers nodig, het is een samenspel (bijv. rooilijnbreedte van 20m, 3-lijnsdreef met open grachten en wadi's, diepe dwarsinritten naar woonsten, veel heesters, open vlekken met grazige ruigten. De wegverharding is hoogstens 4,50m (!) breed, waarbij middellage (0,80m) haagjes op slechts 0,30m van de wegverharding de groene restbreedtes moeten afzomen (optisch knijpen...). De chauffeur beleeft zulke weg onverbiddellijk als kruip-spoor. En zo hebben spelende kinderen de spannende buitenwereld terug voor zich.
    De rol van omhullende bomen in het scenario "psychologisch rempedaal" is essentieel.

  • * 10. Ten slotte is er een zeer pragmatische reden: stevige openbare groenaanleg met zwaardere bomen is een toekomstbelegging met even stevige financiële opbrengst! Een sterke openbare bomenomgeving en groeninkleding kleurt immers de (onbewuste) perceptie en lokt meerwaarden uit. Reeds één generatie na de aanleg, als de bomen een ruim formaat krijgen, is de aantrekkingskracht van woningen in de buurt van bomenrijke pleinen en groene dreven een feit. Het residentiële cachet is gegeerd, reële meerwaarden voor die eigendommen ontstaan. Men bedenke dat de investering bij aanplant geheel verwaarloosbaar is in verhouding tot die latere meerwaarden.

  • http://users.telenet.be/sf15400/bomen-en-wonen.html

  • en

  • http://users.skynet.be/tony.aerts/sterrenstof.html

  •  

     

  •  

De commentaren zijn gesloten.