18-04-10

Transitie naar een wereld zonder olie: een woordje uitleg door de stichter Rob Hopkins

 Vertaling :

Een cultuur zijnde, vertellen we elkaar vele verhalen over de toekomst, en waar we naar toe kunnen gaan vanuit dit punt. Sommige verhalen vertellen ons dat iemand het allemaal wel voor ons zal oplossen. Andere verhalen vertellen dat alles bijna in duigen ligt.

Maar ik wil jullie een ander verhaal vertellen vandaag. Zoals alle verhalen, heeft het een begin. Mijn werk heeft lang te maken gehad met educatie, het aanleren van praktische vaardigheden voor duurzaamheid, mensen aanleren hoe ze zelfstandig hun eigen voedsel kunnen telen, hoe men huizen bouwt met plaatselijke materialen, hoe je je eigen energie opwekt, enzovoort.

Ik heb in Ierland gewoond, bouwde er het eerste strobalenhuis in Ierland, en stamplemen gebouwen en zulke dingen. Maar al mijn werk was vele jaren toegespitst op het idee dat duurzaamheid eigenlijk betekent dat men het geglobaliseerd economische groeimodel bekijkt, en aan de ene kant de input controleert, en aan de andere kant de output controleert. En dan ontdekte ik een ander gezichtspunt dat dit grondig veranderde.

En ter introductie ga ik hier iets onthullen dat één van de grootste wonderen van de moderne tijd is. En het is zo ongelooflijk en verbazingwekkend dat ik denk dat, als ik deze doek weg trek, een passende uiting van verbazing op zijn plaats zou zijn. Als u me daarmee zou kunnen helpen, zou dat fantastisch zijn. (Gelach) Dit is een liter olie.

Deze fles olie, gedistilleerd gedurende 100 miljoen jaar geologische tijd, met oeroud zonlicht, bevat evenveel energie als vijf weken harde handenarbeid -- zoveel als van 35 sterke mensen die voor u komen werken. We kunnen het in onnoemelijk vele materialen omtoveren, medicijnen, moderne kleding, laptops, vele verschillende dingen. Het geeft ons een historisch onvoorstelbare energieopbrengst. We hebben het ontwerp voor onze steden, onze bedrijfsmodellen, onze transportplannen, volgens sommigen zelfs het idee van economische groei, gebaseerd op de aanname dat we hier oneindig over zullen beschikken.

Maar, als we een stap terug doen, en de loop van de geschiedenis overzien, van wat we het petroleum interval zouden kunnen noemen, is het een korte periode waarin we deze buitengewone materie ontdekten, en er dan een hele levenswijze omheen gebouwd hebben. Maar nu we op de top van de energieberg balanceren, gaan we van een tijd waarin ons economisch succes, ons gevoel van individuele daadkracht en welzijn onmiddelijk gerelateerd is aan hoeveel we hiervan verbruiken, naar een tijd waarin onze mate van afhankelijkheid van olie eigenlijk onze kwetsbaarheid wordt.

En het is meer en meer duidelijk dat we we er niet op zullen kunnen vertrouwen dat we hier ten allen tijde zullen over beschikken. Voor elke vier olievaten die we verbruiken ontdekken we er maar één. En die kloof groeit alleen maar. Er is ook nog het feit dat de hoeveelheid energie die we ervoor terugkrijgen daalt. In de 1930s kregen we 100 energie-eenheden terug per eenheid geïnvesteerd in de energie-extractie. Historisch gezien zonder gelijke. Dat is al gedaald tot ongeveer 11. En dat is waarom nu de nieuwe doorbraken, de nieuwe grenzen voor olieboringen ergens in Alberta liggen, of op de oceaanbodem.

Er zijn 98 olieproducerende landen in de wereld. Maar 65 onder hen hebben hun piek reeds gehad. Het moment dat voor de wereld deze piek wordt bereikt, men vraagt zich af wanneer dat zal zijn. En men roept steeds luider dat dit mischien was, wat er afgelopen Juli gebeurde toen de olieprijzen zo hoog waren.

Maar moeten we aannemen dat diezelfde genialiteit en creativiteit en aanpassingsvermogen die ons tot de top van de energieberg brachten, op mysterieuze wijze zal verdampen als we een creatieve manier voor de afdaling langs de andere kant moeten verzinnen? Nee. Maar de gedachten die we moeten verzinnen moeten gebaseerd zijn op een realistische inschatting van waar we staan.

Er is ook de klimaatsverandering, het andere ding waarop deze transitie-aanpak steunt. Maar wat me opvalt als ik met klimatologen praat, is de steeds meer bezorgde uitdrukking in hun ogen, door de nieuwe gegevens, die veel vooruitlopen op waar het IPCC over spreekt. Het IPCC zei dat we in het slechtste geval, in 2100 grote breuken in het poolijs zouden zien. Maar eigenlijk, als de huidige trends zich voortzetten, zou het allemaal verdwenen kunnen zijn in 10 jaar tijd. Als slechts drie procent van de koolstof in de arctische permafrost vrijkomt door de klimaatopwarming, zou dat alle koolstofreducties teniet doen die we in de komende 40 jaar moeten doen om klimaatverandering te stoppen. We kunnen niet anders dan grondig en dringend 'ontkoolstoffen'.

Maar het interesseerde me altijd na te denken over wat de verhalen zouden kunnen zijn die de generaties die na ons volgen zullen vertellen over ons, "de generatie die op de bergtop leefde, die zo hard feestte, en z'n erfenis zo misbruikte." En één van de manieren waarop ik dat doe is door terug te kijken naar de verhalen van vroeger vóór we goedkope olie en fossiele brandstoffen hadden, en de mensen afhankelijk waren van hun eigen spierkracht, dierkracht, of van een beetje wind- en waterenergie.

We hadden verhalen als "De zeven mijlslaarzen": de reus die laarzen had waarmee je, als je ze aanhad, met elke stap zeven mijl, of 11 km, kon afleggen, een compleet onvoorstelbare manier van reizen voor mensen die de energie voor zoiets niet voorhanden hadden.

Verhalen zoals 'De magische kookpot', waarin je een kookpot had die, als je de magische woorden wist, zoveel havermoutpap maakte als je wou, zonder dat je er iets voor hoefde te doen, zolang je je maar de andere magische woorden herinnerde om de pot te stoppen. Anders zou je de hele stad bedelven onder de warme pap.

Er is het verhaal van 'De elven en de schoenmaker." De schoenmakers gaan slapen, worden 's ochtends wakker, en alle schoenen werden magisch voor hen afgewerkt. Het is iets dat onvoorstelbaar was voor de mensen toen.

Nu hebben we zevenmijlslaarzen in de vorm van Ryanair en Easyjet. We hebben de magische kookpot in de vorm van Walmart en Tesco. En we hebben de elven in de vorm van China. Maar we zien niet in wat een geweldig iets dit is geweest.

En wat zijn de verhalen die we onszelf nu vertellen, als we vooruitkijken naar wat we nog zullen doen. En ik denk dat het er vier zijn. Er is het verhaal van 'business as usual', dat de toekomst zal zijn als vandaag, maar gewoon meer ervan. Maar zoals we verleden jaar zagen, denk ik dat dit een idee is dat meer en meer in vraag gesteld wordt. En dat in termen van klimaatverandering eigenlijk niet mogelijk is.

Er is het verhaal van tegen de muur lopen, dat alles eigenlijk zo fragiel is dat het allemaal gewoon zou kunnen uiteenvallen en in elkaar storten. Dit is een populair verhaal op sommige plaatsen. Het derde verhaal is het idee dat technologie alles kan oplossen, dat technologie ons er volledig door kan halen.

En dit idee prevaleert nogal op deze TEDtalks, het idee dat we ons een weg kunnen 'uitvinden' uit een diepe economische en energiecrisis, dat de stap naar een kenniseconomie de energiebeperkingen mooi kan omzeilen, het idee dat we een geweldige nieuwe energiebron zullen vinden die ervoor zorgt dat we alle zorgen over energievoorziening onder de mat kunnen vegen, het idee dat we naadloos kunnen overstappen op een geheel hernieuwbare wereld.

Maar de wereld is niet Second Life. We kunnen geen nieuw land en nieuwe energiesystemen creëren met een muisklik. En terwijl we ideeën uitwisselen met elkaar, worden er nog steeds kolen gedolven om servers te laten draaien, mineralen gedolven om al deze dingen te maken. Het ontbijt dat we eten als we 's ochtends onze email checken, wordt nog steeds over grote afstanden getransporteerd, gewoonlijk ten koste van het lokale, veerkrachtiger voedingssysteem dat het vroeger voorzien zou hebben, dat we zo effectief gedevalueerd en ontmanteld hebben.

We kunnen ongelooflijk inventief en creatief zijn. Maar we leven ook in een wereld met werkelijke beperkingen en eisen. Energie en technologie zijn niet hetzelfde. Ik zet me in voor de transitiereactie. En hierbij gaat het er echt om de uitdagingen van de oliepiek en klimaatsverandering recht in de ogen te kijken, en te reageren met creativiteit en aanpassingsvermogen en een verbeelding de we echt nodig hebben. Het is iets dat zich ongelooflijk snel verspreid heeft. En het is iets met vele eigenschappen.

Het is viraal. Het lijkt buiten bereik van de radar heel snel te verbreiden. Het is 'open source'. Het is iets dat iedere betrokkene ontwikkelt en doorgeeft door ermee te werken. Het organiseert zichzelf. Er is geen grote centrale organisatie die dit drijft; mensen ontdekken gewoon een idee en nemen het mee, en ze passen het toe waar ze zich bevinden. Het is oplossingsgericht. Het benadrukt vooral wat mensen kunnen doen, waar ze ook zijn, om hierop te reageren. Het is plaatsgevoelig, en schaalgevoelig.

Transitioneel is helemaal verschillend. Transitiegroepen in Chili, transitiegroepen in de VS, transitiegroepen hier, wat ze doen ziet er over waar je gaat verschillend uit. Het leert veel van zijn fouten. En het voelt historisch. Het probeert een gevoel te creëren dat dit een historische mogelijkheid is om iets buitengewoons te doen. En het is een uiterst aangenaam proces. Mensen hebben er enorm veel plezier bij, verbinden met andere mensen terwijl ze het doen. Eén van de dingen aan de basis hiervan is het idee van veerkracht.

En ik denk dat het idee van veerkracht in veel opzichten een bruikbaarder concept is dan dat van duurzaamheid. Het idee van veerkracht komt uit de ecologie. En het gaat eigenlijk over hoe systemen, steden, schokken van buitenaf weerstaan. Als ze een schok van buitenaf krijgen vallen ze niet zomaar in stukken uit elkaar. En, zoals ik zei, vind ik het een bruikbaarder concept dan duurzaamheid.

Als onze supermarkten voedsel steeds maar voor twee of drie dagen opslaan neigt duurzaamheid ernaar zich te richten op de energie-efficiëntie van de vriezers en de verpakkingen van de kroppen sla. Door de lens van de veerkracht, vragen we onszelf eigenlijk af waarom we onszelf in zo een kwetsbare situatie hebben geplaatst. Veerkracht gaat veel dieper: het gaat om het inbouwen van modulariteit in wat we doen zekeringen inbouwen in de manier waarop we onze basisvoorzieningen organiseren.

Dit is een foto van de Bristol en District Markt Gardeners Association, in 1897. Dit is in een tijd waarin de stad Bristol, niet zo ver van hier, omringd was met tuinen voor de commerciële markt, die in een groot deel van het voedsel voorzagen dat in de stad verbruikt werd, en ook veel werkgelegenheid creëerde voor de mensen. Er was een mate van veerkracht, als u wilt, in die tijd waarop we nu alleen maar met afgunst kunnen terugkijken.

Nu, hoe werkt dit transitie-idee? In feite begint het met een groep mensen die enthousiast zijn over het idee. Ze ontdekken een aantal methoden die wij ontwikkeld hebben. Ze beginnen een sensibiliseringscampagne om te zien hoe dit in hun stad zou kunnen werken. Ze tonen films, geven voordrachten, enzovoort. Het is een proces dat speels en creatief is, en informatief. Dan vormen ze werkgroepen, waarin ze verschillende aspecten aansnijden, en van daaruit ontstaan een heel aantal nieuwe projecten die dan door het transitieproject zelf worden ondersteund en opgestart.

Dus het begon met wat werk dat ik deed Ierland, waar ik les gaf, en is sindsdien verspreid. Er zijn nu meer dan 200 formele transitieprojecten. Er er zijn duizenden anderen die in de, wat we noemen 'testfase' zitten. Zij testen uit of ze het verder gaan uitwerken of niet. En veel van hen krijgen eigenlijk erg veel voor elkaar. Maar wat doen ze dan precies? Weet je, het is een mooi idee, maar wat doen ze eigenlijk echt?

Wel, ik denk dat het echt belangrijk is om te zeggen dat dit, weet je, niet iets is dat alles vanzelf gedaan krijgt. We hebben internationale wetgeving van Kopenhagen nodig enzovoort. We hebben nationale acties nodig. We hebben reactie van lokale overheden nodig. Maar al deze dingen zullen veel gemakkelijker worden als we levendige gemeenschappen hebben die ideeën spuien en de leiding nemen om onverkiesbaar beleid verkiesbaar te maken, in de komende 5 tot 10 jaar.

Iets wat hieruit voortkomt zijn vb. lokale voedselprojecten, zoals landbouw met gemeenschapssubsidies, stedelijke voedselproductie, lokale voedselverdeelpunten, enzovoort. Op veel plaatsen richt men eigen energiebedrijven op, in eigendom van de gemeenschap, waarbij de gemeenschap geld in zichzelf kan investeren, om het soort hernieuwbare energie- voorzieningen te bewerkstelligen die we nodig hebben. Veel plaatsen werken met hun lokale scholen. Newent en het Forest of Dean, grote kweektunnels voor de school. De kinderen leren voedsel produceren. Recycling promoten, zaken als tuin-delen, dat mensen die geen tuin hebben maar wel voedsel willen kweken samenbrengt met mensen die hun tuin niet meer gebruiken. Productieve bomen doorheen de stad aanplanten. En ook spelen met het idee van alternatieve valuta.

Dit is Lewes in Sussex, waar men onlangs de Lewes Pound lanceerde, geld dat je alleen binnen de stad kan spenderen, een manier om geld binnen de lokale economie te houden. Ergens anders is het niets waard. Maar binnen de stad start je veel effectiever zulke economische kringen op.

Iets anders wat ze doen, is wat we een energieverliesplan maken. Wat eigenlijk inhoud een B-plan maken voor de stad. Wanneer de meeste lokale overheden plannen maken voor de komende 10, 15, 20 jaar van de gemeenschap, nemen ze nog steeds aan dat er meer energie zal zijn, meer auto's, meer huizen, meer werk, meer groei, enzovoort. Wat gebeurt er als dat niet het geval is? En hoe kunnen we ermee omgaan en iets verzinnen dat wellicht beter helpt om iedereen te onderhouden? Zoals een vriend van me zegt: "Het leven is een reeks gebeurtenissen waar je niet klaar voor bent." En dat is zeker mijn ervaring met transitie sinds drie jaar geleden, toen slechts een idee, is het iets geworden wat viraal de wereld rond is gegaan. Er is veel interesse vanuit de overheid. Ed Milibrand, energieminister van dit land, was uitgenodigd voor onze recente conferentie als keynote luisteraar. Dat deed hij -- (Gelach) (Applaus) en is sindsdien een groot voorvechter van het hele idee.

Er zijn nu twee lokale overheden in dit land die zichzelf transitionele overheid verklaard hebben, Leicestershire en Somerset. En in Stroud, heeft de transitiegroep eigenlijk het voedselplan van de lokale overheid geschreven. En de voorzitter van de gemeenteraad zei, "Als we Transitie Stroud niet hadden gehad, hadden we al die gemeenschapsinfrastructuur van begin af aan moeten uitvinden. Als we de verspreiding bekijken, zien we nationale groepen ontstaan.

In Schotland heeft het Klimaatveranderingsfonds van de overheid Transitie Schotland gesponsord en ondersteut zo als een nationale organisatie de verspreiding. En we zien het nu ook over het hele land. Maar de sleutelgedachte van transitie is niet dat we nu alles moeten veranderen, maar dat dingen al onvermijdelijk in verandering zijn, en wat we moeten doen is daar creatief mee omgaan, gebaseerd op het stellen van de juiste vragen.

Ik denk dat ik nu op het einde wil terugkeren naar het idee van de verhalen. Omdat ik denk dat verhalen belangrijk zijn hier. En eigenlijk, de verhalen die we onszelf vertellen, we hebben een grote lading verhalen over hoe we creatief verder moeten van hieraf aan. En een van de sleuteldingen die transitie doet is deze verhalen te halen bij wat mensen doen. Verhalen over de gemeenschap die zijn eigen 21-pond briefje heeft gemaakt bijvoorbeeld, de school die haar parking in een moestuin veranderde, de gemeenschap die haar eigen energiebedrijf oprichtte. En voor mij, was een van de grote, recente verhalen dat de Obamas het zuidelijk gazon van het Witte Huis omspitten om een moestuin temaken. Omdat, de laatste keer dat dat gebeurde, toen Eleanor Roosevelt het deed, dit leidde tot 20 miljoen nieuwe moestuinen in de Verenigde Staten.

De vraag waar ik u mee wil laten is, voor alle aspecten van de dingen die uw gemeenschap nodig heeft om te floreren, hoe kunnen ze op een dusdanige manier gedaan worden, dat ze de koolstofuitstoot drastisch verminderen, en tegelijkertijd veerkracht inbouwen?

Persoonlijk voel ik me enorm dankbaar dat ik in het tijdperk van goedkope olie heb geleefd. Ik heb ongelooflijk veel geluk gehad, wij hebben ongelooflijk veel geluk gehad. Maar laat ons eren wat het ons heeft opgeleverd, en vooruit gaan van dit punt. Want als eraan blijven vasthouden, en blijven aannemen dat het onze keuzes kan bepalen, is de toekomst die het ons voorhoudt pas echt onbeheersbaar. En door lief te hebben en achter ons te laten wat olie voor ons gedaan heeft, en wat het olietijdperk voor ons gedaan heeft, kunnen we beginnen met de creatie van een wereld die veerkrachtiger is, voedender, en waarin we onszelf fitter, vaardiger en meer verbonden met elkaar voelen. Dankuwel. (Applaus)

De commentaren zijn gesloten.